![]() |
|
|||
|
De
BP ofwel de BLUESPOLITIE, censuur of vrijwaring van cultuur? Wie of wat is nu die BP? Of
het korps nu opgericht werd door het Ministerie van Cultuur of een stel
andere miereneukerige politici, an sich maakt dat weinig uit. Het Vlaams
Behang zit er zeker niet achter, die krijgen enkel een stijve op het Vlaamse
Zangfeest en bannen sowieso alles wat niet melig Vlaams klinkt. Misdienaars
als Flip en Gerolf knijpen hun katjes in het donker. Het zou dus wel kunnen
dat zij soms afdalen in duistere spelonken om er wat te gaan kontwiegen
op duivelse ritmes, maar dat zullen ze nooit toegeven, zoveel is zeker. De BP loopt niet rond met wapens in schouderholsters. Hun wapens zijn giftige tongen en nog meer, giftige pennen. Onderschat die wapens niet, ze zijn op zijn minst in staat om het enthousiasme van een gitaarbeuker in te dijken. In het ergste geval sabelen ze een muzikant of een groepke als The Fireballs gewoon naar de verdommenis. Ze doen dat op velerlei manieren, via een of andere praatgroep op het internet, via een recensie in een of ander bluestijdschrift, via een artikel in de gewone pers, radio of uitzonderlijk zelfs op TV. Hoe kan u een lid van de BP herkennen? Moeilijke vraag. Beter kunnen we de vraag omdraaien: hoe weet u dat iemand GEEN lid is van dat achtbaar korps? Wel, als u te maken krijgt met puntlaarzen, T-shirts met logo's van gedateerde hardrockbandjes of een kop van SRV, typische overjaarse hippies met kalende koppen die men tracht te verbergen door niet meer naar de kapper te gaan, het resterende haar in een paardestaartje samen bindend, een overdaad aan nepjuwelen, kettingen en andere rommel dragend, dan is de kans zeer groot dat het niet om een BP-lid gaat. BPers zijn praktisch altijd mannen. Vrouwen zal het worst wezen of de gemaakte klanken al dan niet met de echte blues te maken hebben, vrouwen oordelen via de onderbuik en worden meestal bloednerveus van macho's op het podium. Een nette figuur op het podium die al zittend klanken van Robert Johnson probeert tot leven te wekken vinden ze meestal vervelend. Instinctief concluderen ze dat dergelijke heren weinig voorstellen in bed. Ze hebben natuurlijk ongelijk. Het is niet omdat een spannend kruis met een laaghangende Fender er sexy uitziet dat de betrokkene daarom ook echt een bink is, integendeel. Het is algemeen gekend dat dergelijke kerels enkel "muziek" maken om "wijven" te versieren, niet omdat ze weten dat Gertrude Pridgett de echte naam is van Ma Rainey. Dit geldt trouwens ook voor de betreurde SRV, al zijn vele fans ten spijt. Zijn verdienste ligt voornamelijk in de herwaardering van de indianen in het land van Uncle Sam door het dragen van een hoop vederen. Later werd dat het bekende SRV-hoedje met slechts enkele pluimen. Dat hoedje werd een symbool en door het dragen ervan wil men zeggen: kijk eens aan, ik hoor bij de blues! U kan er donder op zeggen dat iemand met een dergelijk hoofddeksel ZEKER geen lid is van de BP. BPers zien er meestal doodgewoon uit, opvallend door hun onopvallendheid. Op bluesfestiviteiten doet u best wat argwanend tegenover mannen in een normale (spijker)broek zonder franjes, een proper hemdje, kortgeknipt en keurig kapsel, degelijke en deftige wandelschoenen. Wanneer ze een bril dragen en een klein notablokje in de hand hebben, dan stijgen de kansen dat u met een BPer te maken heeft. Ziet u hen rommelen tussen de prewar afdeling van het CD-standje, dan kan u bijna zeker zijn, zeker als ze misprijzende blikken werpen naar hun gebuur die zit te snuisteren in het vakje waar de CD-s van SRV te vinden zijn. De echte hardliners bij de BP gaan echter niet eens naar een bluesfestival, ze beseffen maar al te goed dat hun helden niet meer op de affiche kunnen staan wegens onbeschikbaar. Vandaar ook dat u geen enkele organisatie van een bluesfestival hoeft te verdenken van het BP-schap. Zij moeten zich baseren op moderne marketingtechnieken en "availabilities". Je kan de affiches van de bluesfestivals in de lage landen niet altijd vullen met het wel zeer beperkte lijstje dat nog aanvaard wordt door de BP nietwaar. Wat kan u nu eigenlijk doen om te vermijden dat u de BP op uw nek krijgt? Helaas heel veel en tegelijk bitter weinig. Het hangt er wat vanaf. Indien het u niets kan schelen, dan kan u rustig verder gaan met het maken van pokkeherrie. Dat zal lichtjes wat verschillen opleveren inzake de verkoop van uw CD's (en zelfs dat is twijfelachtig), maar daar moet u het sowieso niet van hebben. U maakt pokkeherrie voor de lol, en die lol zal u niet afgenomen worden door de azijnpissers van de BP. Indien u ernstig wil genomen worden door hen, dan kan u wel veel doen. Eerst begint u met uw uiterlijk wat aan te passen. Wegwerpen dat SRV-hoedje, die onnozele T-shirts, die puntlaarzen, de gekunstelde fifties kledij, de brylcreem-achtige vetkuiven, de paardestaart, overtollige nepjuwelen, oorbellen en ander steekspul. Tattoo's raakt u niet meer kwijt, maar die kan u verstoppen door een net pak te dragen, hemd en das. Baarden en snorren kunnen wel nog. Uw kapsel laat u best bijknippen, een goede en deftige kapper doet wonderen. Het bijwerken van uw uiterlijk is het makkelijkste deel van de uitdaging. Moeilijker is de kennis die van u verwacht wordt. Een BPer is bepaald trots op zijn kennis van de muziekgeschiedenis in het algemeen, en die van de blues in het bijzonder. Ze kijken minachtend neer op eenieder die er wat minder vanaf weet en daardoor makkelijker in de val trapt om foute uitspraken te doen zoals onze vriend Karel Blerkop, medewerker van een lokaal niet-openbaar radio statio. U zal dus moeten blokken, en nog geen klein beetje. En zelfs als u slaagt met onderscheiding, dan nog kan het u gebeuren dat een BPer u een pandoering geeft. Wat u dus vooral moet leren is zelfverdediging. Een aanval moet u meteen kunnen counteren. Indien zo 'n aanval rechtstreeks uit de mond van een BPer komt, dan kan u leren om assertief te wezen en hem meteen van antwoord te dienen. Komt die aanval via het geschreven woord, dan moet u evenzeer assertief antwoorden. Met andere woorden, u moet ervoor zorgen om over een vlotte pen te beschikken. Hou er rekening mee dat een BPer u zelfs onderuit zal willen halen omwille van persoonlijke vetes of zelfs een simpele DT-fout. Het kleinste foutje uwerzijds zal hij afstraffen en er zal zoveel azijn over u gepist worden dat u meteen verandert in een pot mayonaise, zeker als u brylcreem gebruikt want dat heeft hetzelfde effect als sla-olie. We geven een voorbeeld. U laat zich ontvallen in een praatgroep dat u die nieuwste CD van dat Hollandse bandje leuke garageblues vindt. Ai, dat had u beter anders geformuleerd. Het antwoord van de BPer laat niet op zich wachten: "Garageblues? Ben je nou helemaal zot geworden? Een garage dient om een auto te parkeren, niet om blues te maken! Robert Johnson of Blind Willie McTell hadden niet eens een auto! Waar lul jij eigenlijk over? Welk bluesgevoel kan een Hollands bandje nou in een garage inblikken? De geur van olie en rubber? Werd een autokrik gebruikt om de klank te misvormen? Het is niet omdat men enkele ceedeetjes heeft van SRV en Muddy dat men de "blues" volledig doorgrond heeft, laat staan dat men die in een garage zou kunnen reproduceren. Een stelletje rock-mechaniekers neemt een hoopje pokkeherrie op in een garage, en ze denken dat ze het warm water uitvonden, mensen toch. Waar zijn jullie mee bezig? Olie verversen? Een versnellingsbakje uit elkaar gehaald? Wees nou eens eerlijk, jullie willen lucht verkopen, afijn, geluidstrillingen veroorzaakt door een hoop ouwe rommel omdat het zonodig "vettig' moet klinken. Smeerolie voor de oren van de consument!"... en zo gaat dat nog wel even door. Om te vermijden dat dergelijke reacties uitmonden in een oeverloze discussie moet u de BPer afremmen, met gelijke wapens bestrijden. U anwoord dus best beleefd maar to the point: "Beste meneer BP, ik ken de leden van het betreffende bandje persoonlijk en kan u verzekeren dat zij wel degelijk blues spelen. Ik twijfel eraan of Robert Johnson al dan niet een voertuig had, maar twijfel niet aan de kennis van deze muzikanten die trouwens een voortreffelijke versie van Statesboro Blues weten neer te zetten waar de luisteraar gegarandeerd kippevel van krijgt. In de persmap die bij de vers uitgebrachte CD hoort wordt bovendien de loftrompet gestoken op Blind Willie McTell, alias Blind Sammie, Georgia Bill, Barrelhouse Sammie of Pig 'n Whistle Red, al naargelang hij opnam voor Columbia, OKeh, Atlantic of Regal. Zeggen dat Blind Willie geen auto had is een totaal overbodige en eerder domme uitspraak, al even dom als uw vooroordeel tegenover een groepje muzikanten die op hun manier de rijke blues erfenis in leven trachten houden. De CD is trouwens pas beschikbaar vanaf volgende maand, ik ben vrijwel de enige die over een voorlopig exemplaar beschik. U kan hem onmogelijk beluisterd hebben waaruit ik moet besluiten dat u een oordeel velt op basis van een zinnetje dat ik neerpende. Dat, meneer BP, is dom, erg dom. Ik raad u dan ook aan om even af te wachten met uw "Laatste Oordeel" tot u zelf de CD kan beluisteren, een CD die bol staat van zelfgeschreven materiaal in de beste bluestraditie. En over die "enkele ceedeetjes van SRV en Muddy": de zanger/componist van de band beschikt over een platen/CD collectie van vele duizenden stuks waaronder vele zeldzame uitgaves, een collectie waar u een puntje kan aan kan zuigen en die zelfs voor u een goede bron zou zijn om nog vele jaren gefundeerde artikelen over prewar blues te schrijven. Uw teveel aan azijn pist u voortaan beter weg in eigen tuin. De zuurkool zal er floreren. En probeer eens uw volgende recensie in uw garage te schrijven, de geur van smeerolie en rubber doet wonderen met de creativiteit."... Een dergelijk antwoord zal de BPer niet stoppen, maar op zijn minst wat afremmen. Het ligt natuurlijk anders in een gepubliceerde recensie. Bluesmagazines verschijnen niet iedere week en een reactie zal dan ook altijd een "vijgen na Pasen" effect hebben, ALS zo 'n reactie er al komt of gepubliceerd wordt. Hoe dan ook en niettegenstaande desalniettemin, de oplossing moge duidelijk zijn. Leden van het BP-korps zijn geen haar beter dan een andere politieagent. Een gewone politieman krijgt een zekere macht toegewezen, de burger knikt braaf ja en doet wat hem gezegd wordt maar in feite is die politieman ook maar een gewone burger die een uniform en een wapen kreeg om indruk te maken. Een BPer maakt indruk omdat hij er iets vanaf weet, zijn kennis is zijn wapen en uniform. Indien u de wet respecteert stelt een politieman niks voor. Indien u kennis heeft stelt een BPer ook niks voor. Het warm water kan door niemand heruitgevonden worden. Blueswetten #01 - Lachen
met blues is niet toegestaan
|